Over mij….

Ik ben Sandra van der Heiden. Ik ben geboren in 1982 in Rotterdam en heb eerst 5 jaar in Berkel en Rodenrijs gewoond. Dat is al weer lang geleden, maar ik kan me nog herinneren dat we altijd buiten aan het spelen waren. Van wonen tussen de velden en weilanden verhuisden we in 1987 naar Baarn, midden in een winkelcentrum en met een eigen brood en banket winkel. De omgeving was anders, maar het buitenspelen bleef. Nu moesten we alleen wat meer oppassen voor een winkelruit . Mijn liefde voor de natuur bleef groeien en in kleine hoekjes van de tuin zaaide ik bloemen en groentes en ik heb jaren een mooie schooltuin gehad. Mijn basisschooltijd herinner ik me als super gezellig. Ik vond het 1 groot feest en heb eigenlijk nooit nagedacht dat ik er ook iets moest leren. Er waren wel wat struikelblokken, want ik schrijf met links en dat is best een uitdaging met een vulpen en een rechtshandig schrijfsysteem. Ik was wel eens verdrietig dat ik nooit een sticker voor mooi schrijfwerk kreeg, ook al deed ik enorm mijn best. Het lezen lukte ook niet goed, maar daar was niet veel aandacht voor. Eén leraar in groep 7 heeft ooit eens hardop gezegd dat ik misschien wel dyslexie kon hebben, maar daar bleef het bij. Hij heeft mijn moeder op het hart gedrukt om me aan het lezen te krijgen en dat is haar gelukt. Er werd verder eigenlijk niet zoveel van mij verwacht.

Ik maakte de citotoets boven verwachting en zelfs boven het landelijk gemiddelde met een duidelijk HAVO advies. Iedereen stond ervan te kijken, maar ze zagen het meer alsof ik goed kon gokken. Het werd dus toch MAVO. Ik vond het prima, ik had geen idee wat ik moest worden, behalve moeder. Niemand kwam op het idee om me eens aan het denken te zetten op dat gebied. Ik haalde fantastische cijfers en ik had aardig door hoe ik een voorleesbeurt kon ontwijken, want dat voorlezen dat vond ik echt een drama. Ik begon dan te blozen en te zweten, want dat voorlezen was toch wel een enorm struikelblok. Ook voor de klas staan met een spreekbeurt vond ik doodeng. In het vierde jaar moest ik kiezen wat ik wilde worden en ik had nog steeds geen idee. Ik werd kapster, want daar kon je als vrouw zo goed je geld mee verdienen, zeiden mijn ouders en het kwam een beetje in de buurt bij het vak grimeren, wat mij zo mooi leek. Maar het was duidelijk niet mijn roeping en na 8 jaar stopte ik ermee. Het contact met de mensen vond ik super leuk, het vak vond ik wel oké, maar het is een aparte wereld waarin ik niet tot mijn recht kwam. Ik ging de verkoop in en weer vond ik het contact met de mensen super leuk, maar verkopen vond ik niet leuk. Zo hopte ik nog verder naar verschillende banen en de vraag “wat wil ik worden” bleef rond spoken. Het was me al duidelijk dat een autoritaire baas me niet zo goed af ging. Je kan me met respect behandelen en anders kan ik het niet laten om er tegenin te gaan. Een eigen bedrijf leek me ook niets. ik had gezien hoe de zaak van mijn vader hem zijn gezondheid had gekost en daar paste ik voor.

Ik had een bedrijf gevonden waar iedereen goed met elkaar om kon gaan, helaas zat er na de opstart periode geen uitdaging meer in het werk, maar de tijd om moeder te worden was ook aangebroken. Ik werd moeder van Rick (2008), Max (2010) en Fea (2015) en ben getrouwd met mijn grote jeugdliefde, van de Mavo, Tim. Mijn kinderen brachten een enorm oer gevoel bij mij naar boven. Ik wil voor hen zorgen en zal me daar altijd 100% voor inzetten. Ik kwam een hoop haken en ogen tegen. Overal zijn meningen en instanties die jou willen vertellen hoe je het moet doen. Soms met de meest absurde en kind onvriendelijkste ideeën. Wordt er ook nog wel eens gewoon naar een kind gekeken? In 2008 werd mijn eigen moeder ziek. Ze ging een enorm harde strijd aan, maar net toen we dachten dat ze het overwonnen had, toen volgde in 2010 weer slecht nieuws. Ze heeft nog 2 jaar gestreden, maar we wisten dat ze geen kans had. Het verlies van mijn moeder in 2012 zorgde ervoor dat ik nog maar 1 ding wilde, mijn hart volgen! Maar eerst volgde er een tijd van rouw.

In 30 jaar tijd werd Baarn steeds voller en drukker. Ik kon mijn draai niet vinden in mijn werk, maar ook niet op woongebied. Ik voelde me opgesloten en eind 2016 hebben we onze spullen en gezin opgepakt en zijn we naar Gaanderen vertrokken. Het was echt een prik op de kaart en gaan. Hier volgde een gevoel van ruimte en rust en met die ruimte en rust wist ik ook zeker dat ik met kinderen wilde gaan werken. Ik wist nog niet precies hoe, maar gastouder leek mij een goede start. Nu kon ik de zorg voor mijn kinderen goed combineren met mijn werk en zo konden we samen goed wennen aan onze nieuwe omgeving. Dus kroop ik midden in de verhuizing de boeken in. Begin 2017 haalde ik mijn diploma voor gastouder en kinder-EHBO en kon ik aan de slag. Ik ging 3 dagen per week werken als gastouder. Naast mijn eigen gezin heb ik nog plek voor 3 kindjes in mijn gastouderopvang. Het heeft even geduurd om mijn eigen draai te kunnen geven aan mijn opvang, om het echt op mijn manier te kunnen doen, maar mijn visie werd langzaam aan steeds duidelijker. We vinden het heel gezellig om er met zijn allen op uit te gaan of lekker in de tuin of speeltuin te spelen. Ik vind het vooral belangrijk dat kinderen niet de hele dag van alles moeten. Ze mogen gewoon even doen en zijn, wie en wat ze willen. Het is op deze werkdagen een drukke boel maar altijd heel gezellig en kleurig.

Maar ik wilde mijn kennis en zorg voor de kinderen verder verdiepen, dus ben ik in 2019 begonnen aan de opleiding voor kindercoach, deze heb ik in 2020 met succes afgerond. Ondertussen heb ik naast mijn opleiding verschillende cursussen gevolgd, voor zelfontplooiing, verdieping van mijn gastouderopvang en voor het coachen van kinderen. Ik vind het super mooi om kinderen en ouders/verzorgers te kunnen begeleiden op hun zoektocht door het leven. Samen zie je altijd meer dan alleen.

Ik mag mezelf met trots nu kind en ouder coach noemen en soms denk ik, wat als er vroeger iemand even met mij had mee gelopen…..

” Wat wil je worden vroeg de juf,

’t was in de derde klas.

Ik keek haar aan en wist het niet,

ik dacht dat ik al iets was.”

Toon Hermans